VERHALEN FRANKRIJK

 LIFTERS

 

Hoe ik het voor elkaar krijg weet ik niet, maar als ik naar Frankrijk rijd (en terug) is het bij aankomst altijd een grote puinhoop in mijn auto.

Ik begin altijd heel netjes. Om met een opgeruimd gevoel te vertrekken wil ik vóór die tijd de auto zelfs wel eens stofzuigen. De banden zijn op spanning, het oliepeil is gecontroleerd, de tassen worden keurig netjes achter in de auto gezet, en de reis kan beginnen.

Na een paar kilometer begint de twijfel toe te slaan. Heb ik mijn paspoort eigenlijk wel bij me? Waar heb ik mijn portefeuille gelaten? Ik zal de huissleutel toch niet vergeten zijn. Stel je toch voor, dat je na 700 km. gereden te hebben het huis niet in kan. Eigenlijk heb ik wel trek in een broodje.

Met één hand trek ik dan tassen naar voren en begin daarin te rommelen tot ik gevonden heb wat ik zoek. Even heb ik dan rust tot me weer iets te binnen schiet dat ik vergeten zou kunnen zijn.

Op die manier is de chaos binnen de kortste keren compleet.

Als ik dan onderweg ook nog wat boodschappen ga doen bij de Super Marché en die bovenop de ontstane chaos deponeer, omdat ik er nu toch bijna ben, kun je je voorstellen hoe ik de laatste kilometers afleg.

Toen ik dan ook op een uitzonderlijk hete dag op deze manier door Bains les Bains -het laatste dorp voor mijn bestemming- reed en er drie jongens van een jaar of vijftien op de stoep zaten, waarvan er één te kennen gaf dat hij wilde liften, had ik in eerste instantie weinig zin om hem mee te nemen.

Aan de andere kant vond ik het ook wel zielig om hem te laten staan. In Bains les Bains is een school en voor het vervoer zijn de kinderen afhankelijk van de schoolbus. Waarschijnlijk had hij die gemist, of had hij met zijn vrienden eerst nog iets anders gedaan. Openbaar vervoer is er verder niet en om zo'n jongen in die bloedhitte nou vijf kilometer te laten lopen… De stoel naast me kon ik best nog wel even vrij maken.

Nadat ik gestopt was, bleek dat ze alle drie graag mee wilden. Toen ik zei dat dát echt niet ging en op de achterbank wees die helemaal volgepakt lag, zeiden ze dat dit geen enkel bezwaar was. Ik moest me vooral geen zorgen maken; ze zouden me wel even helpen met opruimen.

Na een hoop duwen, trekken en persen had ik drie jongens met hun rugtassen met schoolboeken in mijn auto. Dit had ik nooit voor mogelijk gehouden en volgens mij zat ik heel dicht bij een record in het Guiness Book of Records.

Vóór ik kon vragen waar ze eigenlijk precies naar toe moesten, begonnen ze een geanimeerd gesprek. Ze wilden weten waar ik vandaan kwam en hoe ik zo in Frankrijk terecht was gekomen.

Na nog geen tweehonderd meter gereden te hebben vroeg één van de jongens of ik even wilde stoppen.

Toen ik dat deed, klommen ze allemaal uit de auto. Zeiden dat ze op de plaats van bestemming waren aangekomen. Bedankten me hartelijk voor de lift; hieven een gezamenlijk “Vive la Hollande” aan en zwaaiden me vrolijk na.

Het is natuurlijk nooit leuk om in de maling genomen te worden. 's Nachts bedacht ik, dat ik ze mee had moeten nemen naar mijn woonplaats en ze het hele eind terug had moeten laten lopen.

Maar aan de andere kant waren het wel grappige en originele jongens, bovendien hebben ze me weer een verhaal bezorgd. Wat wil je eigenlijk nog meer...........

 


FRANSE SLAG ?

 

Fransen hebben de naam nogal chauvinistisch en een tikkeltje arrogant te zijn. Ze zouden hun eigen regels maken en zich niets van buitenaf op laten leggen. Bovendien hebben ze de naam, dat alles er met de Franse slag gebeurt. Persoonlijk heb ik dat altijd  een van de aantrekkelijke kanten van Frankrijk gevonden

Ik kan me de tijd nog herinneren dat ik in Parijs een goedkope hotelkamer zocht, waarbij ik in een soort gangkast zonder ramen terecht kwam en waar net een bed in paste.

In een hoek van het "vertrek" stonden een paar emmers met een dweil en het bed was duidelijk al door een ander beslapen. Omdat ik nogal claustrofobisch ben aangelegd, heb ik  's nachts de deur een beetje open laten staan. Ik zag op die manier de andere hotelgasten, die later thuis kwamen of naar het toilet gingen in een bijna constante stroom langs mijn bed voorbij komen. Wel gezellig, maar van slapen is toen niet veel gekomen. De kamer was trouwens wel goedkoop. Ik geloof, dat ik toen 12 FRF. Betaald heb (minder dan 2 euro).

Bij een andere hotelkamer, waar ik ooit logeerde, werd de elektriciteitsvoorziening verzorgd, door een dubbele elektriciteitsdraad die aan de buitenkant over de vensterbanken liep en waar in het midden telkens een roestig spijkertje was getimmerd om de boel op die manier degelijk op zijn plek te houden. De vloer was bezaaid met muizenkeutels en over het hoofdeinde van het bed liep een kolonne kakkerlakken.

Het is natuurlijk niet, dat ik naar die tijd terug verlang, maar ik ben achteraf wel blij dat ik het mee heb mogen maken.

Nu lijkt het er af en toe wel een beetje op, of Frankrijk wat regelgeving betreft het braafste jongetje van de klas is geworden.



COMPLIMENT 

 

Als ik in Nederland bij mijn auto met Frans kenteken met iemand sta te  

praten, komt er een mevrouw naar me toe. Ze zegt: “Bent U Frans?” 

Omdat ik de vrouw verder niet ken, bevestig ik ietwat verbaasd,  

dat ik inderdaad Frans ben. 

“Goh,” zegt ze, “wat spreekt U dan goed Nederlands. 

 

Frans Brugman 

 

 

 

FRANKRIJK IS EEN MOOI LAND, MAAR……… 

 

Fransen zijn chauvinistisch, arrogant en onbetrouwbaar. Ze komen nooit hun afspraken na. Het zijn allemaal alcoholisten. Ze zijn een gevaar op de weg, ze hebben altijd haast, terwijl ze in winkels weer alle tijd nemen. Ze blijven maar praten, en het maakt ze helemaal niet uit of de rij wachtenden achter ze alleen maar langer wordt. Maar het allerergste van alles is wel, dat ze alleen maar Frans spreken. 

Sinds  voormalig minister Annemarie Jorritsma, ooit de stelling poneerde, dat Frankrijk een mooi land is, maar dat het jammer is, dat er Fransen wonen is dit vooroordeel zo'n beetje gemeengoed geworden. Als ik vertel, dat ik in Frankrijk woon, wordt me vaak gevraagd, of de  Fransen nou echt van die onaangename mensen zijn. Vaak komen in zo'n gesprek de bovengenoemde vooroordelen naar voren. 

Chauvinistisch als ik inmiddels ben geworden, haast ik me dan om allemaal goede eigenschappen van de Fransen op te sommen. Ook daar klopt natuurlijk niets van, want de waarheid ligt zoals gewoonlijk ergens in het midden. Net als dat je in Nederland aardige en minder aardige mensen hebt, geldt dat ook voor andere landen, en daar is Frankrijk geen uitzondering op. Het is daarbij natuurlijk niet zo handig, om drukke toeristische plaatsen als maatstaf te nemen. En laten dat nou net de plaatsen zijn, waar de meeste toeristen in de vakantie verblijven. 

Toch beschouw ik het als mijn plicht, om het imago van mijn woonland waar mogelijk op te vijzelen. 

Als ik in Nederland, met mijn auto met Frans kenteken rijd, gedraag ik me in het verkeer zo galant mogelijk. Ik houd me keurig aan de verkeersregels en geef voetgangers en fietsers waar mogelijk de ruimte.   Soms zie ik iemand die ik voorrang geef  naar mijn nummerplaat kijken, en dan denk ik: " Weer een vooroordeel weggewerkt."  Aan de andere kant leidt dit soms tot grote ergernis bij mijn mede weggebruikers. Toen ik in het centrum van Amsterdam bij een zebrapad wat lang wachtte voor een naderende voetganger, werd een automobilist achter me zo ongeduldig, dat hij me luid claxonnerend over de trambaan passeerde, terwijl hij zijn middelvinger op stak. Tja, je kunt het  niet iedereen naar de zin maken. In zo'n geval, denk ik dan ook wel eens: "NEDERLAND IS EEN MOOI LAND, MAAR………" 

 

 

SCHOORSTEENVEGER   

 

Op onze eerste ritten naar Frankrijk kwamen we ze vaak tegen. Volledig uitgebrande boerderijen en woonhuizen, waar alleen nog wat smeulende resten van over waren.  

Later hoorden we dan, dat de oorzaak vaak een uit de hand gelopen schoorsteenbrand was, en dat bovendien de verzekering niet uitbetaalde als je niet in het bezit was van een nota van een erkend schoorsteenveger. 

Zoiets mocht ons natuurlijk niet overkomen en een van de eerste dingen, die we dan ook ondernamen, was op zoek gaan naar een schoorsteenveger. 

Via onze buren kregen we het adres en telefoonnummer van Marcel. Ik noem hem hier maar even bij zijn voornaam. Aangezien de helft van de Franse mannelijke bevolking zo heet, is herkenning op deze manier vrijwel onmogelijk. Hij woonde in een naburig dorp en stond goed bekend. 

Omdat we in die tijd zelf nog geen telefoon hadden en ik telefoneren in het Frans ook nog een beetje ongemakkelijk vond, besloot ik er maar even naar toe te rijden. De deur werd open gedaan door een alleraardigste vrouw, die haar uiterste best deed om zo duidelijk mogelijk Frans te spreken. Ze kon meteen een afspraak maken voor over een paar dagen en tevreden keerde ik weer naar huis terug.  

Inmiddels had ik al wel gezien, dat het huis van de schoorsteenveger van onder tot boven beplakt was met affiches van het "Front National". Een club, die er nou niet bepaald bekend om staat, dat ze veel met buitenlanders op hebben. 

Zo zie je maar weer, dacht ik bij mezelf, dat je niet altijd vooroordelen moet hebben. Het zijn gewoon hele aardige mensen. 

Omdat Fransen de naam hebben altijd en overal te laat (of soms ook helemaal niet) te komen, verbaasde het me dat precies op het afgesproken tijdstip de auto van de schoorsteenveger voor de deur stopte. 

Twee mannen stapten uit. Een stelde zich voor als Marcel en de ander, een grote zware vent, bleek zijn schoonzoon te zijn. Deze zei helemaal niets. 

Het aangeboden kopje koffie werd met een schamper lachje van de hand gewezen.  

"Als er geen champagne in huis was dan hoefden ze niets." ,werd er gezegd.  

Het tweetal ging aan de slag. De grote schoorsteen werd met een lap zwart plastic afgeplakt. Marcel verdween daar achter en de schoonzoon, die nog steeds geen woord had gezegd, klom op het dak. 

Even was het stil, en toen barste er achter het plastic een hevig lawaai los. Er werd gekrabd, gehoest, gevloekt en gerocheld en op het dak leek het wel of er een kudde olifanten heen en weer galoppeerde. Na een klein kwartiertje kwam Marcel weer als een zwarte sneeuwpop te voorschijn, pakte een krant  (de verse), legde die op een stoel en ging aan de tafel zitten om vast de rekening uit te schrijven. Zijn schoonzoon zou de kleine schoorsteen nog wel even doen, want dat was zo gebeurd. 

Toen de rekening was opgemaakt en betaald, hoorden we van uit de tuin een verontrustend lawaai. Het leek wel of het huis werd afgebroken. Toen we gingen kijken, bleek dat in zekere zin ook zo te zijn. 

 

Wat was er namelijk gebeurd. Bij het vegen van de schoorsteen, die achter de muur langs loopt, was er een stuk gereedschap blijven hangen en wat is in zo’n geval logischer dan een gat in de gevel te hakken om dat weer terug te krijgen.  

Helaas bleek de hoogte de eerste keer verkeerd ingeschat, zodat het hakken van een tweede gat noodzakelijk was. Met het welgemeende advies om deze schoorsteen vooral niet te gebruiken waren ze snel vertrokken; ons in totale verbijstering achterlatend. 

Toen ik later voor alle zekerheid nog even op het dak ging kijken, bleek dat er daar op verschillende plaatsen pannen stuk getrapt waren.  

Sinds die tijd veeg ik zelf de schoorsteen. Meestal vraag ik na afloop iemand een foto van me te maken. Ik zorg dan dat ik er flink vies op sta met het veeggereedschap in de hand. Ik denk niet dat de verzekeringsmaatschappij dit als bewijs accepteert, maar het lijkt me wél zo veilig. 

 

(Bezorgde lezers kunnen gerust zijn, inmiddels heb ik een erkende schoorsteenveger ingeschakeld.) 

 

 

SCHIMMEL  

 

 

Als mensen voor de eerste keer ons huis bezoeken, krijgen we vaak te horen dat het nog zo'n authentiek Frans huis is. Dat horen we graag, want we hebben inderdaad kosten nog moeite gespaard om het zo te houden. De vloeren kraken authentiek en de authentieke natuurstenen spoelbak in de keuken -die zo laag is, dat je zo ongeveer op je knieën de afwas moet doen- hebben we gehandhaafd. Die zouden we voor geen goud willen missen.  

Generaties  Fransen hebben hier dagelijks díe dingen gedaan waar je een kraan bij nodig hebt, want deze was de enige in het hele huis. 

Vol trots laten we dan ook aan iedereen de uitgesleten plek zien, waar de vader van de vorige eigenaar zijn mes sleep, om er vervolgens de ogen van de konijnen  mee uit te snijden. 

Zoiets mag je toch niet afbreken. Daarmee zou je de ziel uit het huis halen. 

Eerlijkheidshalve moet ik wel toegeven dat we, in onze ijver om alles zoveel mogelijk in de oude staat te laten, enorm geholpen zijn door een chronisch gebrek aan financiële middelen. 

Nou moet natuurlijk ook weer niet de indruk gewekt worden, dat er nooit iets gedaan is. In de afgelopen jaren is de helft van het dak vernieuwd, is er een badkamer met toilet en douche gekomen en zijn de vloeren van de beneden verdieping vernieuwd. 

Die vloeren zijn een verhaal op zich. We kwamen er al gauw achter, dat de houten vloer rechtstreeks op de aarden ondergrond lag. Op één plek waren kieren zichtbaar waaruit een vochtige kelderlucht omhoog steeg. Bovendien was er tussen de vermolmde planken zoveel ruimte ontstaan, dat het niet denkbeeldig was, dat er allerlei ongedierte uit te voorschijn zou kunnen komen. 

Het openbreken van de oude vloer maakte bij mij romantische fantasieën los. Deze werden in dit geval nog versterkt doordat de oude vloerdelen op twee plaatsen doorgezaagd waren, zodat het leek of er een luikje was gemaakt. Zou in dit huis, waarin vele generaties hebben gewoond, misschien een schat verstopt zijn?  Je weet het maar nooit. 

Helaas, onder de vloer was niets anders te vinden dan vochtige aarde. Wel kwam ik op het idee een volgende generatie te verrassen met een kleine schat. In de schuur vond ik een metalen doosje met roestige spijkers. Ik deed er een briefje bij met de datum, het jaartal en schreef er een mooie wens op. Ik kon me nu al verkneukelen, als ik bedacht hoe mensen op zouden kijken als ze misschien wel over honderd jaar deze zogenaamde schat zouden vinden. 

Bij de bouwmarkt had ik  een paar pakketten vloerdelen gehaald om de slechtste gedeelten te vervangen. 

Waarschijnlijk heb ik daarmee het paard van Troje in huis gehaald, want al na korte tijd begon zich tussen de naden van de nieuwe planken een hardnekkige schimmel te ontwikkelen.  

Telkens als we een paar weken niet in het huis geweest waren, had de schimmel zich meer en meer uitgebreid. Op een gegeven moment lag het als een deken over de vloer en kroop tegen de muren omhoog. Hoewel we de meest agressieve bestrijdingsmiddelen hebben ingezet, het mocht niet baten. 

Toen we op een keer het huis binnen kwamen lag er over de hele beneden verdieping een laag van sporen. Het leek wel of er een ontploffing had plaats gevonden. 

Het was wel duidelijk, dat er nu toch echt iets moest gebeuren. We besloten de houten vloer er uit te halen en een betonnen vloer te storten. 

Bij het slopen van de vloer kwam ik het door mij verborgen kistje tegen. Het briefje dat er in zat was al een beetje door vocht aan getast. 

De door mijzelf geschreven tekst was nog goed te lezen: 

 

Een schat kunnen wij U helaas niet geven. 

Maar wij wensen U een lang en gelukkig leven! 

 

 

 

  • SCHAPEN OP DE WEG 

 

Ons dorp wordt doorsneden door het riviertje de Coney en het Canal des Vosges. Daar tussenin loopt het jaagpad, waar in vroeger tijden de paarden liepen die de schepen moesten trekken.  

Het is een mooi stukje ongerepte natuur, waar maar weinig mensen komen, en je kunt er prachtig wandelen. Vanaf het pad kijk je op de helling en op de achterkant van de huizen in het dorp. 

Toen ik daar met een vriend een wandeling maakte, zagen we in een tuin een paar schapen lopen. 

We vonden het maar vreemd, want het was een keurig onderhouden terrastuin met veel mooie sierplanten, en schapen hebben over het algemeen de neiging om alles wat ze tegen komen op te eten. 

Omdat er een man in de tuin aan het werk was, die er verder geen aandacht aan besteedde, gingen we er maar van uit dat de beestjes daar hoorden. 

Toen we na een lange wandeling hetzelfde huis, maar nu over de weg wilden passeren, kwamen er net drie schapen de tuin uit rennen, gevolgd door een vrouw die nogal een paniekerige indruk maakte. We konden ons dat wel voorstellen, want het was een gevaarlijke situatie. De weg heeft een flinke helling ter plaatse en bovendien is er een onoverzichtelijke bocht, waar elk ogenblik een auto uit te voorschijn kan komen. 

Als dat gebeurt kan een aanrijding haast niet uitblijven en dan is het leed niet te overzien. 

We besloten dan ook meteen in te grijpen en met gespreide armen op de beesten af te lopen. 

Onze actie leek succes te hebben, maar op het laatste moment wist een van hen toch nog om te keren en langs ons te glippen. Met veel moeite wisten we via een omtrekkende beweging het laatste schaap ook naar beneden te drijven. 

Bij onze hele actie hadden we maar weinig hulp van de vrouw, die kennelijk bij de dieren hoorde. 

We hadden zelfs de indruk dat ze een beetje tegenwerkte. Ze was al die tijd maar voor de ingang van de tuin blijven staan. Gelukkig trokken de schapen zich daar weinig van aan en drongen zich, nadat ze een tijdje heen en weer gerend hadden, langs haar heen weer de tuin in. Gevolgd door de vrouw die zonder verder iets te zeggen er met een kwaaie kop achter aan liep. Dankbaarheid is ver te zoeken, zeiden we nog tegen elkaar. 

Toen we nog even een praatje maakten met de buren, want je wilt tenslotte wel een beetje waardering voor je werk en zij hadden het hele gebeuren gade geslagen, werd duidelijk waarom onze inzet niet met veel enthousiasme was begroet. 

De schapen waren ontsnapt uit een hoger aan de weg gelegen weiland. Ze waren de tuin binnen geglipt waar ze nu al een paar dagen rond liepen en inmiddels de nodige schade hadden aangericht. 

Net voor wij aan kwamen, was het eindelijk gelukt ze de weg weer op te drijven. 

Een volgende keer toch eerst maar even vragen, in welke richting onze hulp ingezet moet worden. 

 

 

AFFOUAGE 

 

Op het Franse platteland wordt nog heel veel met hout gestookt. Vooral hier  in de Vogezen met zijn uitgestrekte bossen. Het hout dat minder geschikt is voor de industrie, wordt tegen een gereduceerde prijs aan de bewoners van de dorpen aangeboden.  

Om een eerlijke verdeling van het beschikbare brandhout te krijgen wordt er geloot. Na betaling kun je je lot bij de gemeente secretarie ophalen en vervolgens op zoek gaan in de omliggende bospercelen naar het voor jou bestemde hout. 

Toen ik me met mijn betalingsbewijs bij de secretarie melde trof ik een mevrouw aan die telefonisch in gesprek was. Omdat ik al gauw begreep dat het gesprek over lichamelijke klachten ging waarvan sommige nogal intiem waren trok ik me bescheiden terug. Het zonnetje scheen en ik liep buiten wat heen en weer. Door de openstaande deur en ramen kon ik de stand van zaken in de gaten houden. Om de afhandeling van het telefoongesprek iets te bespoedigen bleef ik af en toe even voor de deur of het raam stil staan om duidelijk te laten zien dat ik er nog steeds was Helaas had dit geen enkel effect. Zelfs toen ik na verloop van tijd maar weer aarzelend naar binnen ging leidde dit niet tot het gewenste resultaat. Het gesprek ging gewoon door. 

Toen na een klein half uur de halve medische encyclopedie  behandeld was legde ze eindelijk de telefoon op de haak en vroeg naar het doel van mijn komst. Toen ik vertelde dat ik voor de affouage kwam en haar mijn betalingsbewijs liet zien zocht ze mijn lot nummer (73) er bij en was de zaak afgehandeld. 

Alleen wilde ik nog wel even weten waar ik het mij toebedeelde hout zou kunnen vinden want het leek me niet zo makkelijk om in de uitgestrekte bossen rondom het dorp nou juist mijn stapeltje hout te vinden. 

Tja, zei ze, ”het ligt ergens in de buurt van die en die weg op een bosperceel achter een oude boerderij”. Toen ik ’s middags op zoek ging bleek de betreffende weg héél lang te zijn en dat er verschillende oude boerderijen aan lagen. 

Na een tijdje rond gespeurd te hebben ontdekte ik een smal weggetje dat langs een leegstaande boerderij voerde. Helaas bleek de toegang tot het bos te zijn afgesloten met een slagboom die op slot was. Toen ik te voet een eind het bos in was gelopen zag ik uiteindelijk een rij met stapels hout staan. Na veel zoeken zag ik dat er in één er van mijn nummer was gekerfd. Eindelijk had ik dus mijn hout gevonden maar vanwege de slagboom kon ik er met de auto natuurlijk nooit bij komen. 

Dus de volgende morgen maar weer naar de secretarie. “Hé wat raar nou” zei de mevrouw daar, “Die slagboom is eigenlijk nooit dicht en al helemaal niet op slot. Jammer, de mijnheer die er over gaat   is er vandaag niet. Zou U morgen even terug willen komen.” 

De volgende dag was de betreffende mijnheer er nog niet maar ze kon me de sleutel wel mee geven dan kon ik de slagboom zelf open maken. 

Blij, dat alles nu opgelost was reed ik weer terug naar het bos. De teleurstelling was groot toen bleek dat de sleutel die ik mee gekregen had niet op de slagboom paste. 

Onverrichterzake maar weer terug naar de secretarie. 

De mevrouw daar vond het allemaal wel heel vervelend maar er zat toch echt niets anders op dan dat ik de volgende dag terug zou komen de betreffende mijnheer zou er dan zeker zijn, en dan zou alles wel terechtkomen. 

Toen ik de volgende dag vol vertrouwen de secretarie binnen stapte bleek hij er nog steeds niet te zijn maar ze had een andere oplossing bedacht. ; Als ik even mee liep naar de sleutelkast dan kon ik zelf even kijken welke sleutel er wellicht op de slagboom zou kunnen passen. 

Nou is het moeilijk kiezen uit een kast waar zo’n honderd sleutels in hangen en waarvan de labels praktisch onleesbaar zijn. Uiteindelijk ben ik met vijf sleutels naar het bos vertrokken die het allemaal wel eens zouden kunnen zijn. Daar aangekomen bleek de slagboom gewoon open te staan! 

Het had geregend en het bospad was slecht begaanbaar verschillende keren liep de auto vast in de modder en kon ik hem met moeite weer los krijgen. 

Na zo’n zes keer heen en weer gereden te hebben had ik eindelijk het hout bij het huis liggen. 

Nu moest het nog twee jaar drogen en daarna natuurlijk óók nog gezaagd en gekloofd worden. Tja, : “Je moet er wel wat voor over hebben”………… 

 

 

 

"BREKEND HELEN" VOOR NEDERLANDERS IN FRANKRIJK . 

 

Als kind ben ik nooit mishandeld, heb ik geen ernstige ziekte gehad of een trauma aan een ernstig ongeluk overgehouden. Ook had ik, voor zover ik weet, geen stofje te veel of te weinig in mijn hersens. Mijn ouders zijn zelfs niet eens gescheiden. 

Mijn hele leven heb ik leuk werk gehad, aardige kinderen, een lieve partner, en nu een leuk huis in Frankrijk. Je zou denken: alle ingrediënten zijn aanwezig om tevreden en gelukkig te zijn. Maar toch knaagt er iets van binnen. En sinds kort ben ik er achter gekomen, wat er bij mij ontbreekt. 

Het zal jullie misschien raar in de oren klinken, maar mijn probleem is, dat ik geen probleem heb. Bijna iedereen die ik tegen kom, heeft wel een goede reden om ongelukkig te zijn. 

Relatieproblemen, aandelen die kelderen, ruzie in de familie, een lekkend dak, optrekkend vocht in de kelder, een hond met ontstoken anaalklieren of een kamerplant met een vervelende schimmel. 

Als je dat allemaal moet missen, ga je al gauw een grote leegte voelen, die bij mij dusdanig ernstige vormen begon aan te nemen, dat ik op zoek ben gegaan naar hulp.   

Toen ik eens op het internet ging kijken en een paar websites bezocht, bestemd voor Nederlanders in Frankrijk, viel het me op hoeveel mogelijkheden er op dat gebied wel zijn. 

Transcendente dieptemeditatie, Werken met Elementswezens en landschapsgenezing, Positief denken, Werken met kosmische klanken en ritmen, Met klei de diepte in. 

Je kunt het zo gek niet bedenken of het is hier allemaal voorhanden. 

Je zou haast denken, dat Nederland er heel anders uit zou zien als deze mensen hun heilzaam werk in eigen land zouden verrichten. Maar ja, Nederland is altijd al een land van missionarissen geweest en we willen onze blijde boodschap graag tot ver over de grenzen uitdragen. Bovendien vind je nergens zoveel landgenoten bij elkaar die dachten hun problemen achter zich te laten door in een ander land te gaan wonen. 

Na alle mogelijkheden grondig bestudeerd te hebben, ben ik helaas tot de conclusie gekomen, dat er toch echt niets voor me bij zat. Integendeel, de frustraties over mijn ongelukkige leven en een gebrek aan oplossingen daarvoor waren inmiddels zo hoog opgelopen, dat ik uit pure nijd een paar borden heb stuk gegooid.  

En geloof het of niet, het stuk gooien van die paar borden heeft me een dusdanig bevrijdend gevoel gegeven, dat ik het als mijn plicht heb opgevat om deze ervaring ook aan anderen door te geven. Bovendien is het me nadat ik kennis gemaakt heb met mensen die verschillende therapieën organiseren duidelijk geworden, dat het aanpakken van andermans problemen een uitstekend middel is om je eigen problemen op te lossen. 

Zo gauw mijn cursus start, horen jullie dat van me.

 

 


 

 

MERDE  

 

Een van mijn favoriete televisieprogramma's is "Ik Vertrek". Ik zie er telkens weer naar uit, naar zo'n juweeltje, waarin mensen met weinig geld op zoek gaan naar een oude vervallen boerderij in Frankrijk of Italië. Vaak gaan ze volkomen onvoorbereid op weg, spreken de taal niet, krijgen te maken met bouwvallen, zonder elektra en water, met ingestorte daken, vochtige muren, ongedierte en onwillige ambtenaren. 

Er wordt wel eens gezegd, dat leedvermaak het beste vermaak zou zijn, en dat dit soort programma's  daaraan hun populariteit ontlenen. Dat zal zeker een rol spelen, maar aan de andere kant, is het natuurlijk ook ontroerend, en leerzaam om te zien, hoe mensen, met veel liefde en vooral doorzettingsvermogen van een ruïne een droomhuis weten te maken. In mijn geval, komt daar nog een belangrijk stukje herkenning bij. Ik kan me nog maar al te goed herinneren in welke staat het huis verkeerde toen we het betrokken. We hadden de beschikking over één koude kraan in de keuken. Er was geen elektriciteit. Door de gaten in de vloer, kroop allerlei ongedierte de vertrekken in. Bovendien, woekerde er een hardnekkige schimmel, die dreigde het gehele huis in bezit te nemen, en die bij een wat langere afwezigheid zelfs tegen de bedden op kroop. Eén keer heeft er in die schimmel een soort ontploffing plaats gevonden, waardoor de sporen als een deken door het hele huis lagen. De verwarming, bestond uit een vuurtje op de grond onder de grote schouw. Doordat er geen droog hout voorhanden was, hing er door het hele huis een verstikkende rook. Het kwam wel voor, dat de andere kant van de keuken nauwelijks te onderscheiden was. Een bijkomend voordeel was wel, dat er op die manier langzamerhand een authentiek soort gebroken wit ontstond, dat we naderhand nooit meer op een andere manier hebben kunnen evenaren. Het gebrekkige houtvuurtje gaf uiteraard onvoldoende warmte, waardoor we tijdens de eerste koude winter genoodzaakt waren met spijkers dekens voor de ramen te timmeren. Gebrek aan financiële middelen was er de oorzaak van, dat we geen maatregelen konden nemen om de nood op dat moment enigszins te verlichten. 

Jammer, dat in die tijd het programma "Ik Vertrek" nog niet bestond, want dat zou een top uitzending zijn geworden. Het allerergste was nog de totale afwezigheid van sanitaire voorzieningen. Achter het huis, was weliswaar een hokje, met een plank met een gat er in. Maar de ton die er onder stond, was door de vorige eigenaar zo vol achter gelaten, dat hij niet zonder meer te verplaatsen was. Nadat ik in het hoger gelegen gedeelte van de tuin een diep gat had gegraven, ben ik eerst maar eens begonnen om met een oude soeplepel een gedeelte van de inhoud over te scheppen in een paar emmers, om vervolgens de ton met veel geklots en gespetter tegen de helling op te slepen. Het was een hele opluchting, toen ik hem uiteindelijk in het gat leeg kon kiepen. De geur viel gelukkig mee, maar toen ik weer beneden kwam, bleek daar zo' n ondraaglijke stank te hangen, dat het niet anders kon, dan dat het hele dorp daar getuige van is geweest. De eerste paar uur heb ik me in huis opgesloten, omdat ik bang was, dat iemand me met die ton had zien slepen en het verband zou leggen tussen mij en de vreselijke lucht die er hing. Als nieuwkomer wil je daar niet graag mee in verband gebracht worden. 

 

Het was wel duidelijk, dat er een oplossing moest komen, al was het maar een tijdelijke, en die dachten we te vinden in een chemisch toilet. Binnen de kortste keren heeft de geur van de chemicaliën echter tot in de verste uithoeken bezit van het huis genomen, zodat we toch maar besloten, de voorkeur te geven aan de min of meer natuurlijke geuren. 

Natuurlijk moest ook dit toilet van tijd tot tijd geleegd worden, maar dat besloot ik op de beproefde manier te doen. Omhoog slepen en in het gat kiepen. De kuil dekte ik altijd goed af. Een stuk zink, met daaroverheen wat takken en bladeren. Hij was bijna onzichtbaar. 

Uiteindelijk is dat mijn eigen valkuil geworden, want terwijl ik de tuin aan het maaien was, voelde ik op een gegeven moment, langzaam de grond onder mijn voeten weg zakken. In een flits, realiseerde ik me wat de oorzaak zou kunnen zijn, maar het was niet meer te stoppen. Ik zakte dieper en dieper, tot ik aan mijn knieën in de drek stond. Gelukkig is er in het Frans een krachtterm voorhanden, die in dit geval wel heel erg toepasselijk was. Merde, merde, merde !!!!!!!!!! 

 

 

 

MARKTDAG  

 

Het is maandag dus marktdag in St.Loup. Die trekt altijd mensen uit de wijde omgeving aan. 

Vooral nu het er op lijkt dat de lente is aangebroken en er een vriendelijk zonnetje schijnt, komen ze uit hun huizen om hun wekelijkse inkopen op de markt te doen. 

Het is drukker dan anders. Het lijkt wel of het mooie weer de mensen heeft verleid om een bloemetje, een plantje voor de tuin of een mooie nieuwe fleurige jasschort te kopen. Overal staan groepjes mensen te praten en ik kan me met de auto maar nauwelijks een weg door de hoofdstraat banen. 

Even verderop zie ik een oude man langs de kant van de weg staan. Het lijkt er op dat hij op iemand staat te wachten. 

Als ik vlak bij hem ben gekomen, steekt hij plotseling zijn stok vooruit. In de veronderstelling dat hij over wil steken, rem ik. Maar dan blijkt, dat dat helemaal de bedoeling niet is, want leunend op mijn motorkap en op het dak van mijn auto, baant hij zich een weg naar het portier dat hij met moeite opent. Even later zit hij hijgend en puffend naast me. 

Een en ander heeft voor het nodige oponthoud gezorgd en een paar ongeduldige auto- mobilisten beginnen al te claxonneren. 

Terwijl ik aan mijn onverwachte passagier vraag wat precies de bedoeling is, begin ik daarom maar vast langzaam te rijden. De man is er duidelijk een van weinig woorden. Door met zijn hand een wapperende beweging in voorwaartse richting te maken, geeft hij aan dat we op de goede weg zijn en, dat we wat hem betreft, door kunnen rijden. 

Na een paar honderd meter de weg te hebben vervolgd, komen we bij een splitsing. Als ik vragend opzij kijk, wijst hij met een kromme vinger, die een lichte afwijking naar links lijkt te vertonen, naar voren. Op goed geluk sla ik daarom links af, Maar, dat blijkt nou precies de verkeerde keuze te zijn. 

De man geeft geïrriteerd te kennen, dat ik de andere weg had moeten nemen en moppert nog wat voor zich uit, terwijl ik op de smalle weg probeer te keren. Kennelijk is hij in de overtuiging, dat ik als zijn vaste chauffeur nu toch zo langzamerhand wel zou moeten weten waar hij woont. 

Als we weer op de goede weg zijn komen we gelukkig geen kruisingen meer tegen die tot misverstanden zouden kunnen leiden.  

Na een flink eind rechtdoor te hebben gereden, komen we bij een groepje lage huizen terecht met een tuintje er voor. 

Omdat mijn passagier zijn hand op steekt, neem ik aan dat we hier zo ongeveer moeten zijn.  

Jammer genoeg stop ik nog even voor het verkeerde huis, maar ik begin de gebarentaal van de man zo langzamerhand te begrijpen en hij maakt duidelijk, dat we te vroeg gestopt zijn. 

Uiteraard wil hij wel graag voor zijn eigen deur worden af gezet. 

Nadat ik nog een paar meter verder gereden ben, stapt de man met veel moeite uit, rommelt wat aan zijn tuinhekje en verdwijnt over zijn tuinpad richting huis. 

Zonder verder nog om te kijken, steekt hij even een hand in de lucht. 

Ik begin hem nu al te missen… 


IK VERTREK

 

Als je zoals ik, al wat langer in Frankrijk woont, gaat er onherroepelijk iets van de romantiek verloren.

Als ik vroeger een willekeurig Frans café of restaurant binnen stapte, dan klonken de gesprekken me als muziek in de oren. Ik had toch minstens de indruk, dat er op hoog niveau werd gediscussieerd. Toen ik er wat meer van begon te begrijpen, bleken de gesprekken net zo banaal te zijn als in een Nederlandse kroeg.

Ik ben nog steeds een groot liefhebber van programma's als "Ik Vertrek", want er is tenslotte geen beter vermaak dan leedvermaak.

Jaren geleden werd daarin een jongen gevolgd, die samen met zijn vriendin naar Griekenland vertrok om daar een Grieks restaurant te openen. Zoiets getuigt van veel moed. In de eerste plaats omdat er in Griekenland wel meer Griekse restaurants zijn, en in de tweede plaats omdat ze beiden de taal niet spraken.

Toen de zaak na veel tegenslagen eindelijk geopend kon worden wilde er maar niemand naar binnen komen. De jongen ging daarop aan de straat staan om de klanten naar binnen te lokken. Toen hij eindelijk tegen sluitingstijd een paar mensen gestrikt had om nog een hapje te komen eten, bleken deze wel zin in een uitsmijter te hebben. Toen de camera in de keuken het bereiden van deze eerste ‘maaltijd’ wilde vastleggen bekende de kersverse restaurant eigenaar, dat hij eigenlijk nog nooit een ei gebakken had.

Het restaurant werd om begrijpelijke redenen dat eerste jaar niet echt een succes, daarom besloot hij gedurende de wintermaanden zijn beroep als heftruckchauffeur in Nederland weer op te pakken.

Toen hem daar gevraagd werd of hij het volgende seizoen weer naar Griekenland ging, antwoordde hij: “Natuurlijk, want als je hier in Nederland naar de televisie kijkt is het allemaal ellende. Als je daar naar de televisie kijkt is het ook ellende, maar je verstaat het tenminste niet”. Zo zie je maar weer, dat gebrek aan kennis soms ook zo maar zijn voordelen kan hebben.

 

 

 

  • STOKBROOD MET EEN GEURTJE

 

De bakker bij ons in het dorp is op woensdag gesloten. Vaak rijd ik dan even naar een dorp verder op. Die bakker daar staat goed bekend, en uit de wijde omgeving komen mensen daar hun brood halen.

Als ik binnen kom, is het gezellig druk. Maar terwijl anders de geur van vers gebakken brood overheerst, hangt er deze keer een benauwde geur in de bakkerszaak.

Het laat zich al snel raden wie de veroorzaker daar van is. Vóór mij staat een dikke man. Hij draagt een korte broek en een hemd van een onbestemde kleur. De zweetplekken onder zijn oksels en op zijn rug zijn duidelijk zichtbaar. Ik heb wel eens gelezen, dat zweetlucht op Fransen een erotiserende uitwerking zou hebben, maar in dit geval kan ik me daar weinig bij voor stellen. Op zijn hoofd draagt de man een helm. Het is meteen duidelijk, dat hij de eigenaar is van de bromfiets die voor de deur staat geparkeerd.

Die brommer was me al op gevallen; het lijkt mij een model uit de vijftiger jaren toe en ziet er uit of hij sinds die tijd in een hooiberg geparkeerd heeft gestaan. Een dikke laag vuil maakt het onmogelijk de oorspronkelijke kleur te raden en aan alle kanten steken er plukken hooi uit.

Als ik weer buiten kom, is de man juist bezig de brommer van een hangslot met zware ketting te ontdoen. Waarom hij hem op slot heeft gezet is mij een raadsel.

Omdat hij in één hand een stokbrood heeft, is het nog een hele klus om met zijn andere hand het slot open te maken. Nadat hij het stokbrood tussen zijn benen heeft geklemd en op die manier twee handen kan gebruiken gaat het beter.

Het is een raar gezicht, zoals hij daar staat met dat stokbrood in zijn kruis geklemd.

Als na verschillende mislukte pogingen de bromfiets eindelijk gestart is, neemt de man plaats op de brommer.

Even is er nog onzekerheid wat hij nu met dat stokbrood aan moet, maar dan breekt hij het resoluut in tweeën en met onder elk bezweet oksel een half brood geklemd rijdt hij in een wolk van blauwe uitlaatgassen de straat uit. Bon appetit!

 

 

 STILTE   

 

Een van de mooie dingen van het wonen op het Franse platteland is, wat mij betreft, de afwezigheid van verkeerslichten. Wel komen er steeds meer rotondes en niet te vergeten ook verkeersdrempels. Meestal liggen ze voor de Mairie of de school. Het lijkt wel of elk dorp, dat een beetje mee wil tellen, zo'n drempel moet hebben.

Het vervelende van die dingen is, dat ze allemaal verschillend van hoogte zijn. Denk je net te weten met welke snelheid je ze kunt nemen, dan komt er ineens een die net een beetje hoger blijkt te zijn. Het blijft oppassen dus. Maar ja, daar zijn ze ook voor bedoeld.

Onze boodschappen halen we meestal in een grotere plaats niet zo ver bij ons vandaan.

Om daar te komen moet je door twee kleine dorpen. In een daar van ligt, als het maar even mooi weer is, een jonge vrouw te zonnen. Ze is mooi, ze is bruin en ze draagt een piepkleine bikini.

Tot zover niets aan de hand zou je zeggen. Nou wil echter het ongelukkige toeval, dat precies op de plek waar die vrouw ligt te zonnen zo'n verkeersdrempel is gemaakt.

Die is zo hoog, dat je met je auto bijna stil moet staan om hem zonder schade te kunnen passeren.

Als je bijna tot stilstand gekomen bent, geeft dat de gelegenheid om een beetje om je heen te kijken.

Nou is er aan de linkerkant een blinde muur, en rechts ligt die vrouw. In zo'n geval ontkom je er haast niet aan, dat je blik onwillekeurig even naar rechts afdwaalt.

Toen we op een keer terug kwamen van boodschappen doen en de bewuste plek waren gepasseerd, werd het plotseling stil in de auto. Nou zal je misschien denken dat er maar één soort stilte is, maar daarin kan je je toch vergissen. Je hebt zo'n stilte waarin je beiden geniet van de natuur en van de mooie dingen om je heen.  Je begrijpt elkaar dan zonder iets te hoeven zeggen. Impulsief voelde ik aan, dat daar in dit geval geen sprake van kon zijn.  Ook heb je soms een stilte, waarin je elkaar niets meer te zeggen hebt, maar ook dat leek niet het geval. Dit was meer zo'n drukkende stilte. Zo’n stilte, die vooraf gaat aan de storm zal ik maar zeggen.

“Is er iets?”, vroeg ik.

“Nee”, was het antwoord.

Na een paar kilometer probeerde ik het nog een keer.

“Weet je zeker dat er niets is?”.

“Nee, zeg ik toch!”, was het antwoord.

Kijk, en op zo'n moment weet je  zeker, dat er wel iets aan de hand is!

Na nog een beetje vissen, kwam eindelijk het hoge woord er uit: hoe ik het in mijn hoofd haalde om elke keer weer te stoppen om naar zo'n grietje te kijken dat zich behaagziek in de zon lag te wentelen. Ik zou mijn ogen uit mijn kop moeten schamen! Het was gewoon te gênant voor woorden!

“Heb je wel eens gezien dat daar een verkeersdrempel is?”, vroeg ik.

Nee, dat was haar nog nooit opgevallen. Tja, dan is het maar goed, dat iemand in deze auto zijn blik op de weg weet te houden, was mijn antwoord.

Toen was het weer even heel stil in de auto...............

Geen opmerkingen:

Een reactie posten